Begrippenlijst
Online marketing

Op deze pagina vindt je een overzicht
van de meeste voorkomende internet marketing begrippen.
088 - 120 34 00

affiliate marketing: de online adverteerders en uitgevers delen de winst. Op basis van prestaties van de webmaster (verkoop, kliks, registraties etc.).

banner (advertentie): via een grafisch (evt. geanimeerde) vormgegeven reclame, surft de internetter naar de website die aan de banner gekoppeld is.

bereik: de hoeveelheid mensen die er bereikt kunnen worden door bijvoorbeeld vermeldingen in webportalen.

blog: een publiek ‘dagboek’, waarbij een individuele internetgebruiker (of organisatie) zijn persoonlijk leven of ervaringen vastlegt.

browser: via een browser (-window) zijn internetters in staat webpagina’s te bekijken. Belangrijkste programma’s zijn Internet Explorer en Firefox.

click trough ratio (CTR): De verhouding tussen de hoeveelheid kliks op een link, afgewogen tegen het aantal views van deze link (uitgedrukt als percentage).

clicks / kliks: het aantal maal dat op een advertentie of link wordt geklikt.

compatibiliteit: individuele internetgebruikers hebben verschillende browserinstellingen, zoals afwijkende programma’s, kleurinstellingen en resolutie. De compatibiliteit van een pagina laat zien of deze optimaal zichtbaar is met deze verschillende instellingen.

content: de inhoud van een website, eveneens een belangrijke graadmeter in de zoekselectie van zoekmachines.

content provider: aanbieder van informatie op internet, bijvoorbeeld nieuwspagina’s en weblogs.

conversieoptimalisatie: het verhogen van het rendement van websites. Door gericht testen (bv A/B of multivariate) wordt met hetzelfde aantal bezoekers meer rendement uit een website gehaald.

cookie: een minuscuul scipt dat zich -afhankelijk van de computerinstellingen- automatisch installeert op de computer van een sitebezoeker. Het onthoudt bezoekersgegevens, zodat hij bij een volgend bezoek, informatie over de bezoeker heeft.

conversie: een actie van de bezoeker op uw site, zoals een aankoop, bestelling, aanvraag of inschrijving op een nieuwsbrief; de conversies vormen het uiteindelijke resultaat van uw internetinspanningen.

conversieratio: De verhouding waarmee een sitebezoeker overgaat tot acties die een site tot doel heeft in percentage. (5 op de 100 doet een aankoop, conversieratio 5%).

conversie tracking: het vergaren van gegevens via diverse technieken betreffende de conversies en conversieratio’s.

CPC (=cost per click): alleen wanneer een bezoeker daadwerkelijk de vermelding van een site elders op internet aanklikt, betaalt de opdrachtgever (per klik).

CPL (=cost per lead): alleen wanneer een bezoeker daadwerkelijk resulteert in een aanvraag via de site, betaalt de opdrachtgever.

CPM (= cost per mille): kosten per 1000 views van een banner.

CPS (= cost per sale): alleen wanneer een bezoeker daadwerkelijk resulteert in een verkoop via de site, betaalt de opdrachtgever.

CTR: zie click trough ratio.

description: beschrijving van de inhoud van een pagina ten behoeve van zoekmachines. Onderdeel van de metatags binnen de html-codering van een internetpagina.

deep linking: het linken naar content die niet weergegeven is op de voorpagina, maar dieper in de website te vinden is.

directory: rubrieken van websites die handmatig zijn samengesteld.

downloaden: het ontvangen van een bestand van een andere computer via een netwerk (bv internet). Tegengesteld aan uploaden.

e-commerce: de koop en verkoop via internet van diensten en producten.

e-mail marketing: het promoten van producten en diensten met behulp van e-mail.

fixed fee: een van vastgesteld budget vooraf voor een reclamecampagne.

flash: animatie-technologie die vele toepassingen kent. (Nog) slecht doorzoekbaar voor zoekmachines.

forum: een min of meer publieke ruimte op het internet, waarin bezoekers bepaalde onderwerpen met elkaar bespreken/bediscussiëren.

frames: structuur die een internetpagina in onafhankelijke delen vormgeeft.

frequency cap: er wordt een limiet gesteld aan het aantal keren dat een bezoeker een bepaalde advertentie voorgeschoteld krijgt.

gesponsorde link: zoekresultaten waarvoor een adverteerder betaalt (meestal afzonderlijk weergegeven van onbetaalde links).

hit: de registratie van iedere keer dat een internetter een website bezoekt.

homepage: de belangrijkste pagina van een website, een welkomstpagina of eerste pagina van de site die zichtbaar wordt bij het intoetsen van de site naam (bijv. www.domein.nl).

HTML: de basiscodering van een internetpagina (Hyper Text Markup Language). HTML is een scripttaal die vorm geeft aan een site. Iedere webpagina bestaat uit deze scripttaal, zoekmachines gebruiken ook HTML-structuren van sites om hun kwaliteit te indexeren.

hyperlink: een verwijzing op een internetpagina naar een andere, binnen dezelfde site of daarbuiten.

impressie: het aantal maal dat dat een advertentie getoond wordt.

interface: de vormgeving binnen een beeldscherm waarin een computerprogramma functioneert.

internet: het min of meer publieke wereldwijde netwerk van computers, waarbij men door die verbondenheid in staat is informatie met elkaar uit te wisselen.

intranet: een afgeschermd lokaal internet-netwerk, bijvoorbeeld te gebruiken binnen organisaties om eigen werknemers te bedienen.

IP-adres (= IP-nummer): het fysieke traceerbare adres van een computer (met internetaansluiting). Door een unieke combinatie van vier series cijfers is iedere pc herleidbaar.

javascript: scripttaal ten behoeve van de interactiviteit van websites. Zoekmachines kunnen sites niet goed in kaart brengen, zodra dit op verkeerde plekken in de code wordt toegepast.

keywords (= zoektermen): woorden waarop bezoekers waarschijnlijk zullen zoeken in de zoekmachines om uw site te vinden. Door gebruik van zoekwoorden binnen de site is men in staat de juiste informatie te vinden. Een goed ‘vindbare’ website is optimaal ingericht om via deze zoekwoorden de zoeker te bedienen.

kliks: zie clicks.

lead: potentiële klant.

link: de verwijzing van de ene internetpagina naar de andere. Binnen dezelfde website of daarbuiten, deze verwijzing kan op verschillende manieren.

listing: de zoekresultaten die de zoeker krijgt na het doen van een zoekopdracht binnen een zoekmachine.

linkpopulariteit: een maatstaf voor de reputatie van websites en de hoeveelheid websites die naar een pagina linken. Binnen de online marketing verkrijgt men zo een groter inzicht in de status van een bepaalde website.

meta crawler: een zoekmachine zonder eigen database, die op basis van de databases van andere zoekmachines tot zoekresultaten komt.

meta tags: element binnen de codering van een website, die zoekmachines extra informtie geeft over de pagina (bv zoektermen, taal, beschrijving etc.). Deze is onzichtbaar op de pagina zelf.

navigatie: de ‘route’ die bestaat in een internetsite. Het systeem van internetpagina’s dat gericht is op gebruiksvriendelijkheid om bezoekers snel en helder naar de door hen gevraagde informatie te leiden.

online mediacampagne: adverteren via internet.

optimalisatie zoekmachine: zie search engine optimization.

PageRank: Google’s systeem om het kwantitatieve aspect van de linkpopulariteit van een site te representeren. Op basis van binnenkomende en uitgaande links geeft dit een waardering aan webpagina’s. Wordt er binnen het internet veel gelinkt naar een webpagina en komen deze links vanaf andere pagina’s met een hoge PageRank, dan wordt de PageRank van die webpagina hoog.

pageview: de meeteenheid om het aantal vertoningen van een webpagina weer te geven.

paid listing: een tekstadvertentie binnen een zoekmachine die gekoppeld is aan de zoekwoorden waarvoor betaald wordt, vaak door middel van een biedingensysteem.

paid placement: een prominente plaats binnen een resultatenlijst die tot stand komt door het kopen van bepaalde zoektermen.

pay per: zie CPC, CPL, CPM en CPS.

portal (= portaal): een uitgebreid venster tot het internet, een website met veel afwisselende informatie en links voor de internetter.

rankings: de behaalde posities in de zoekresultaten van een zoekmachine.

reciprocal links: wederkerige link tussen twee websites.

referrer: pagina van waaruit een bezoeker via een link op een andere pagina terecht is gekomen.

robot (agent, spyder): zie spiders.

search engine advertising (= SEA): adverteren binnen zoekmachines op zoektermen, zodat tekstadvertenties zichtbaar worden tussen de gesponsorde resultaten in zoekmachines. Dit adverteren verloopt via biedingensystemen.

search engine: Engelse benaming voor ‘zoekmachine’.

search engine submission: het aanmelden en toevoegen van een website bij (een) zoekmachine(-s).

search engine marketing (= SEM): het promoten van websites in zoekmachines via diverse werkwijzen, (SEO en SEA zijn hiervan de belangrijkste elementen).

search engine optimization (= SEO): het optimaliseren van teksten en codes op websites, zodat zoekmachinespiders de site beter kunnen doorzoeken en opnemen in hun databases. Met als doel de posities in de zoekresultaten zo optimaal mogelijk te maken.

search engine ranking (= SER): zie search engine optimization.

spiders: via een spider indexeren zoekmachines websites ten behoeve van hun eigen database. Ze werken zelfstandig en kunnen grote hoeveelheden pagina’s aan. Het zijn kleine stukjes software die het proces nabootsen van een bezoeker die webpagina’s via een webbrowser bezoekt.

stickiness: de periode die een sitebezoeker doorbrengt op een website. Via verschillende werkwijzen is het mogelijk die tijd te verlengen.

surfen = internetten: het bezoeken van internetpagina’s om via links, zoekmachines, portals, e.d. weer andere pagina’s en nieuwe informatie te vinden.

surfgedrag: het gedrag van afzonderlijke personen of groepen in hun zoektocht naar informatie op het internet, bijvoorbeeld over diensten en producten.

traffic: gehele bezoekersaantal van een website of een bepaald type internetverkeer.

two tier affiliate programma: niet alleen ontvangt de webmaster geld dat op basis van eigen prestatie verdiend wordt, eveneens ontvangen ze een percentage van beheerders die via hen meedoen aan het affiliate programma.

unieke bezoekers: het aantal afzonderlijke IP-adressen dat een website bezoekt, waarbij niet het aantal clicks of pageviews op de site geteld wordt, maar alleen dat de site bezocht is. Het aantal IP-adressen wordt doorgaans geïnterpreteerd als het aantal mensen dat de site bezocht heeft.

uploaden: bestanden worden uitgewisseld van een lokale computer naar een andere, via een netwerk (tegengesteld aan downloaden).

url: een volledig internetadres, als voorbeeld https://www.onetomarket.nl (Uniform Resource Locator).

vertoningen: zie pageviews.

views: zie pageviews.

webanalytics: verkrijgen van inzichten in de prestaties van marketingkanalen en websites.

WWW = world wide web: het wereldwijde netwerk van documenten en bestanden dat aan elkaar gelinkt/gekoppeld is en in mindere of meerdere mate publiek toegankelijk is.

zoekmachine: een website gekoppeld aan een database, waarin zoekopdrachten kunnen worden ingevoerd. Na het invoeren laat zij zien welke webpagina’s op internet het beste aansluiten bij de ingevoerde zoektermen. In de database staat allerlei informatie over de webpagina’s die zij kent en hierin staat ook aangegeven hoe waardevol de verschillende webpagina’s zijn volgens bepaalde criteria.

zoekmachine optimalisatie: zie search engine optimization.

Wil je jouw online marketing samen met ons naar een hoger niveau tillen? Laat dan je gegevens achter, dan nemen wij contact met je op!